Vijf jaar zonder heup
“Mijn eerste heupoperatie kreeg ik al toen ik nog maar een jaar oud was”, vertelt mevrouw van der Meij, bijna vrolijk. Haar rechterheupje was uit de kom gegroeid. Een heupoperatie bood uitkomst. Ze moest wel een jaar in het gips, maar daar heeft ze bepaald geen ziekenhuisangst aan overgehouden. En het hielp goed, want pas op haar veertigste kreeg ze weer last van haar heup. “Het was altijd goed gegaan. Ik sportte, ik deed alles. Ik werkte als bejaardenverzorgster bij mensen aan huis. Maar ik kreeg last van mijn rug.” Het was geen hernia, zag haar huisarts al meteen. Op een foto was goed te zien dat haar rechterheup weer uit de kom was gegroeid. De tweede operatie volgde. Daarbij werd een pen in haar heup gezet. En dat werkte weer uitstekend.
Twintig jaar lang had mevrouw Van der Meij nergens last van.Tot ze met haar moeder naar de orthopaedisch chirurg ging. “Mijn rechterknie was naar binnen gegroeid. En de dokter zei dat ik mijn been recht moest laten zetten. Maar ik voelde er niets van, dus dat deed ik niet.“ Toch zette de chirurg haar aan het denken. En aan het kijken. Want vanaf toen ging ze op zichzelf letten. “Ik keek in een winkelruit en toen zag ik dat het er eigenlijk wel raar uitzag. Dus heb ik toch maar een onderbeencorrectie laten doen.” En ook dat hielp uitstekend. Maar een jaar later bleek toch dat haar veelgeplaagde rechterheup versleten was. Geen probleem, leek het. De pen werd na twintig jaar trouwe dienst verwijderd en een gecementeerde heupprothese werd ingezet. “Alles was prima in orde”, zegt mevrouw Van der Meij. De operatie was goed verlopen. Maar in het ziekenhuis kreeg ze last van een infectie. Die zorgde ervoor dat de heup werd afgestoten. De heup moest verwijderd worden en er kon voorlopig geen nieuwe in. Mevrouw Van der Meij kreeg het zwaar. Want de bacterie kwam met tussenpozen gedurende drie jaar terug. Dat betekende dat ze in totaal vijf jaar zonder heup moest leven. Maar niet in een rolstoel! “Het been zat eigenlijk los. Wel wordt je bindweefsel veel sterker, zodat ik er toch nog met twee krukken mee kon lopen. Maar echt erop staan, gaat niet, dan is het bindweefsel net een spons en zakt het in.”
Ze had allerlei slimme hulpmiddelen verzonnen om toch maar gewoon haar gang te kunnen blijven gaan. Zo bleef ze gewoon stofzuigen. Daarbij gebruikte ze de stofzuigerslang als een kruk, die ze steeds een stukje verplaatste. Of de schone vaat opbergen! “Ik stond in de keuken, ik had afgedroogd en kon die borden niet naar de kast brengen. Toen heb ik mijn zus, die coupeuse is, twee schorten laten maken met een zeer grote zak aan de voorkant erop. Daar past alles in! Zo kon ik gewoon alles opruimen.” En de handwasjes deed ze eerst in de keuken. Vervolgens stopte ze de natte was in een plastic tas, zodat ze op haar krukken toch nog bij de centrifuge kon komen. “Ik wilde niet stilzitten!” zegt ze. Haar schoondochter kwam in het begin elke week helpen met het huishouden. Maar als snel werd dat eens in de twee weken. “Er was niet veel meer voor haar te doen. Ik deed het zelf!”
Eindelijk, na vijf jaar, kreeg mevrouw Van der Meij een nieuwe ingroeiheup. “Het ging prima, ik was wel bang dat die bacterie weer terug zou komen. Maar alles verliep probleemloos.”
Jammer genoeg had ze in al die tijd haar linkerheup zo sterk belast, dat die ook versleten was. Twee jaar later volgde dan ook een operatie waarin een nieuwe linkerheup werd ingezet. “Ik moest na drie dagen proberen erop te staan. De therapeut wilde me toen met een looprekje laten lopen. Maar ik heb gelijk om krukken gevraagd en dat ging geweldig. Ik liep al meteen de gang door.” Nu heeft ze nog een kruk nodig, maar die hoopt ze binnenkort ook vaarwel te kunnen zeggen. “Dan ga ik lekker weer alles doen, wandelen bijvoorbeeld. Maar ik weet wel dat als ik nooit last had gekregen van dat been, dat ik kan nog gewerkt zou hebben. Ik ben wel 71, maar ik heb nog ontzettend veel energie!”

