Verslag Heupinfodag 2008

Op zaterdag 28 juni organiseerde de Vereniging van Aangeboren Heupafwijkingen (VAH) in samenwerking met de Stichting Patiëntenbelangen Orthopedie (SPO) een informatiedag over heupprotheses.

Rond kwart voor elf werd de informatiedag in het Universitair Medisch Centrum Utrecht geopend door drs. P. Rompa, orthopeed en vice-voorzitter van de SPO, dagvoorzitter van deze bijeenkomst. Er zijn ongeveer 50 belangstellenden.




Paul Rompa vertelt in zijn inleiding dat er 23.000 heupprotheses per jaar in Nederland geplaatst worden. Het gaat dus om een grote groep patiënten.

Vervolgens geeft dr. B.W. Schreurs, orthopedisch chirurg in het Radboud ziekenhuis in Nijmegen een presentatie over de Totale Heupprothese.

Als meest voorkomende oorzaken van vervroegde heupslijtage worden genoemd:
→ Heupdysplasie
→ Ziekte van Perthes
→ Groeistoornis
→ Artrose
→ Ongeval waardoor de heup is beschadigd

Wat is het doel van een prothese?
→ Verlichting van de pijn
→ Functieherstel
→ Verbetering van de kwaliteit van leven

Wat zijn o.a. mogelijke complicaties?
→ Infecties in 1 tot 2% van alle operaties
→ Luxatie (uit de kom schieten) 

De grondlegger van de heupprothese, dr. Sir John Charnley, ontwikkelde in de jaren 60 een gecementeerde totale heupprothese. Bij een gecementeerde heupprothese worden de metalen steel en de kunststof kom vastgezet in het bot met botcement. Dit type prothese wordt nog steeds veel gebruikt bij oudere patiënten.

In het geval van een versleten heup is een totale heupprothese een prima oplossing. Bij patiënten die 70 jaar of ouder zijn is de kans klein dat er opnieuw een heupoperatie moet plaatsvinden. In Zweden houdt men een register bij van alle heupoperaties. Hieruit blijkt dat in de groep oudere patiënten (boven de 70 jaar) die een totale heupprothese heeft gehad, 10 jaar na de operatie 90% van alle protheses nog goed is.
Maar bij patiënten jonger dan 50 jaar zijn de resultaten minder gunstig. Bij deze groep is 80 tot 85% van de heupprotheses na 10 jaar nog goed. De oorzaken van “failures” lopen uiteen. Een belangrijke reden voor het eerder falen van een totale heupprothese is dat jongere mensen actiever zijn en dat zij de prothese intensiever gebruiken. Daardoor is er op de prothese een grotere belasting en dus meer slijtage van prothesecomponenten waardoor de prothese sneller los gaat ziten.

Als reactie op de minder goede resultaten van gecementeerde heupprothesen bij patiënten onder de 50 jaar is er sinds 1980 een ontwikkeling gaande om bij deze groep jongere patiënten een ongecementeerde prothese toe te passen. Bij dit soort protheses wordt zowel de kom als de steel klemvast in het bot geslagen, of geschroefd, en vervolgens moet de prothese zich gaan ingroeien.
Een voordeel van dergelijke heupprothesen is dat de operatieduur korter is, omdat niet hoeft te worden gewacht op het uitharden van het botcement. De resultaten van ongecementeerde heupprothesen bij jongere patiënten zijn na 10 jaar zeker niet beter dan de resultaten met gecementeerde prothesen. De aanvankelijke veronderstelling dat bij falen van een ongecementeerde prothese het reviseren makkelijker zou zijn dan bij gecementeerde blijkt niet juist te zijn.
Recente gegevens van gecementeerde totale heupprothesen in combinatie met bottransplantaten aan komzijde laten wel veelbelovende resultaten zien na minmaal 10 jaar.

Na afloop van de presentatie heeft dr. Schreurs vragen beantwoord van belangstellenden uit de zaal, zoals:
V: Hoe vaak kun je een heupprothese reviseren?
A: Dat is afhankelijk van de botkwaliteit.

V: Komen knieklachten vaker voor bij heuppatiënten?
A: Ja.

V: Wat is de “Franse operatiemethode?”
A: Dit heeft te maken met de manier van opereren; bij deze methode wordt het heupgewricht vanuit de voorzijde benaderd. De patiënt ligt op de rug tijdens de operatie.

V: Is het goed om calcium te slikken?
A: Calcium is goed voor de botten.

V: Heb ik als diabeet extra risico tijdens een heupoperatie?
A: Er is 2 tot 3% extra kans op infectie.

De informatiedag werd vervolgd door de presentatie van dr. J. de Waal Malefijt, orthopedisch chirurg in het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg over de Resurfacing Heupprothese. Hij begon met een korte introductie over de historie van de resurfacing.
De indicaties om in aanmerking te komen voor resurfacing zijn o.a.:
• Vrouwen jonger dan 55 jaar
• Mannen jonger dan 60 jaar
• Goede botkwaliteit
• Geen overgewicht
Zelf werkt hij momenteel met computernavigatie waardoor hij nog nauwkeuriger kan werken. De grote moeilijkheid van de resurfacing prothese is dat deze in éénmaal goed geplaatst moet worden. Er is geen tweede kans. Door middel van berekeningen van de computer kan de chirurg heel nauwkeurig opereren.

Vervolgens vertelden twee patiënten elk hun ervaringen met beide typen operaties.

De eerste ervaringsdeskundige was mevrouw Welmoed Rozendal. Zij vertelde uitgebreid over de aanloop van haar besluit tot een Totale Heupoperatie en het traject dat ze nadien heeft doorlopen om te herstellen van de operatie. Zij heeft lang getwijfeld zich te laten opereren en haar keuze voor deze prothese gemaakt nadat zij met iemand had gesproken die een paar jaar eerder deze operatie had ondergaan (en daar uiterst tevreden over was). Zij is zelf gelukkig tevreden over het resultaat na de operatie die eind december 2007 is uitgevoerd.

De tweede ervaringsdeskundige was mevrouw Hanny van Nistelrooij. Zij vertelde hoe zij in België terecht gekomen is voor een resurfacing operatie. Zij heeft zich in België laten opereren omdat deze techniek in Nederland nog niet zo lang werd toegepast. Zij heeft de resurfacing (het type BHR) nu ongeveer vijf jaar en is nog steeds tevreden over het resultaat.

Aansluitend was er een forumdiscussie onder leiding van Paul Rompa met aan de tafel ook dr. Schreurs en beide ervaringsdeskundigen. Dr. de Waal Malefijt kon de discussie helaas niet meer bijwonen.

Een korte opsomming van onderwerpen van discussie:
→  Een veelgehoorde opmerking was: luister naar je lijf
→ Soms is het nodig om de eigen grenzen aan te passen
→ Misschien mag je nog wel actief sporten zoals bv. skiën met een nieuwe heup, maar is het ook verstandig? Bedenk dan het dit soort activiteiten toch risicovol zijn.
→ Nordic walking is tegenwoordig erg populair en ook goed voor heuppatiënten met prothesen. 


Tijdens de discussie werd er veel over de resurfacing prothese gesproken. Deze methode wordt, vergeleken met de totale heupprothese, nog niet lang toegepast (in Nederland sinds 2001). Voor veel Nederlandse orthopeden is dat de reden dat men zich niet al te positief over de resurfacing durft uit te laten.
Om te spreken van een succesvolle techniek zijn resultaten op langere termijn (meer dan 10 jaar) namelijk belangrijk om te kennen. Helaas zijn deze gegevens momenteel nog niet voorhanden. Diverse internationale studies laten zien dat het revisiepercentage hoger is. Paul Rompa voegt nog toe dat daar ook genoemd wordt geen resurfacing prothese te plaatsen bij patiënten (mannen en vrouwen) met een lichaamslengte kleiner dan 170 cm.

Het was een boeiende en zeer informatieve dag.
 

door: Ineke van Vliet, redactielid van de Nieuwsbrief VAH

 

Toelichting

Voor de presentaties van
dr. de Waal Malefijt: klik hier
dr. Schreurs: klik hier

Anna Prijs 2009 voor dr. Scheurs

Rapport 'Patienttevredenheid Resurfacing Heupprothese'