Resurfacing heupprothese

Goede eerste ervaringen met de Resurfacing Heupprothese

Monique Driessen uit Drunen was twaalf toen onderzoek uitwees dat ze leed aan het syndroom van Perthes.
‘Dat is een afwijking in de heup waarbij een bloedvat ontbreekt’, legt ze uit. ‘Een gevolg is dat de heupkom wel groeit, maar de kop niet. Het opvallende is dat deze aandoening vooral bij jongens voorkomt en veel minder bij meisjes. Misschien werd het daarom pas zo laat ontdekt. Ik was toen al veel te oud voor de spreidbroek die kinderen anders krijgen. Mijn heup werd vastgezet met pennen. Dat ging redelijk goed tot mijn twintigste, maar toen kreeg ik er weer zoveel last van dat besloten werd mijn heup vast te zetten met een hoekplaat. Daarmee mocht ik wel zwanger worden, kreeg ik te horen, maar ik zou dan wel vanaf de zesde maand in bed moeten blijven.’ Dat bleek in de praktijk niet zo te zijn toen ze zes jaar later inderdaad zwanger werd. ‘Ik heb zelfs tot zeven en een halve maand doorgewerkt’, zegt ze lachend. ‘Maar daarna heb ik toch geen tweede kind meer genomen, omdat dan het risico van bekkeninstabiliteit te groot werd.’

Ondertussen werden haar heupklachten weer erger, omdat het kraakbeen steeds verder wegsleet. ‘Ik kreeg steeds meer pijn’, zegt ze. ‘Op een gegeven moment werkte ook de wekelijkse tractie door de fysiotherapeut niet meer. Ik kon niet meer opstaan, lopen of fietsen. Ondertussen kwam ik er via internet achter dat er een nieuwe kunstheup was ontwikkeld, de BHR-prothese. Mijn orthopeed vertelde me dat ik in aanmerking kwam voor implantatie daarvan, omdat ik nog zo jong ben. Ik ben 37 jaar. Er bestond al tien jaar ervaring mee en de prothese was in die jaren nog bij geen enkele patiënt verwijderd. Daarom durfde ik de ingreep wel aan.’

De hoekplaat werd verwijderd en Monique kreeg de BHR-prothese.
Ze vertelt: ‘De volgende dag was ik alweer uit bed. Ik had geen pijn en ik stond en liep recht. Omdat ik het al gewend was om met krukken te lopen, verliep mijn revalidatie in de eerste dagen erg snel. Na vier dagen liep ik al met één kruk de trap op. Daarom vroeg ik ook of ik eerder naar huis mocht, want het revalideren samen met anderen vond ik erg druk. Ik wilde rust. Gelukkig zei mijn fysiotherapeut ook dat hij niets meer voor me kon doen en dat ik thuis sneller zou herstellen.’

Anderhalve maand later liep Monique in huis weer zonder kruk. ‘Buiten gebruik ik er voor de zekerheid nog wel een’, vertelt ze, ‘al heb ik die volgens mij niet eens meer nodig. Binnenkort ga ik weer aan de slag als ambulant kapster. De enige pijn die ik voel is van spieren die ik jarenlang niet gebruikt heb. Revalideren is topsport, maar ik weet waarvoor ik het doe. Ik kan weer bukken en mijn eigen schoenen vastmaken en ik kan weer op een normale fiets fietsen.’



De geschiedenis van Paul Barten is geheel anders. Hij was een sportieve dertiger toen hij merkte dat hij na het sporten pijn in zijn rechter been had en ’s nachts wakker werd van de pijn in zijn linkerheup. ‘Ik speelde competitie voor tennis en basketbal en merkte dat de kwaliteit van mijn spel veel sneller achteruit ging dan dat van mijn leeftijdsgenoten’, vertelt hij. ‘Dat tast je moraal aan.’
De huisarts bood snel duidelijkheid: een versleten heup. ‘Mijn eerste reactie was: dat moet even geregeld worden’, herinnert Paul zich. ‘Ik was totaal niet op de hoogte van de complexiteit van het probleem.’ Hij kreeg dan ook een enorme teleurstelling te verwerken toen de orthopeed hem vertelde dat hij veel te jong was voor een heupprothese.

Een jarenlange periode volgde waarin sportbeoefening nog amper mogelijk was. Maar de pijn bleef. Pas in 1987 durfde hij het weer aan om wekelijks te gaan hardlopen. Dat ging – ondanks heupklachten – vijf jaar redelijk, maar toen kreeg hij ook pijn in zijn knie en zijn lies. Toch durfde hij het in 1992 aan om deel te nemen aan de ING tour (140 kilometer fietsen) en schaatste hij in 1997 zonder heupklachten de elfstedentocht.
Maar afgezien daarvan was hij allesbehalve klachtenvrij. Consulten bij andere orthopeden volgden, maar steeds kreeg hij te horen dat hij te jong was voor een heupoperatie. In 2000 werd hij vijftig en zijn klachten werden steeds erger. Na een autorit had hij de grootste moeite om te gaan lopen en zijn omgeving constateerde dat zijn mank lopen erger werd. De pijn hield hem ’s nachts uit de slaap.

‘Toch ben ik achteraf blij dat ik me niet eerder heb laten opereren’, zegt hij nu. ‘De orthopeden hebben me echt heel goed voorgelicht. Ze zeiden dat een prothese weliswaar vijftien jaar mee moet kunnen gaan, maar dat ik met intensief gebruik al sneller een heroperatie nodig zou hebben. Dat betekende dat ik, met het maximum van twee operaties, rond mijn zestigste in een rolstoel zou zitten. Wat ik alleen jammer vind is dat de meeste orthopeden onvoldoende oog hebben voor nieuwe ontwikkelingen.

Via via kwam ik achter het bestaan van de BHR-prothese en die leek me precies te bieden wat ik wilde. ‘Die had een langere levensduur en stelde me in staat om te blijven sporten zoals ik dat wil’, vertelt hij. Hij liet zich uitvoerig voorlichten en hoewel een bevriende arts hem waarschuwde voor wat die “experimentele chirurgie” noemde, vond Paul Barten uiteindelijk de bewijslast voor de kwaliteit van de BHR-prothese doorslaggevend.

Op 3 april 2001 liet hij zich opereren.
Paul Barten vertelt: ‘Ik dacht: een traditionele heupprothese kan altijd nog, want bij de BHR-prothese wordt de kop niet verwijderd. Maar inmiddels weet ik dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Nu, anderhalf jaar later, is er eigenlijk maar één ding waarmee ik nog moeite heb: hardlopen. Na vier of vijf kilometer krijg ik spierpijn en moet ik even wandelen voordat ik weer verder kan gaan. Maar ik krijg fysiotherapie om mijn prestaties te verbeteren en verder ben ik vooral heel erg blij met wat ik allemaal wél weer pijnloos kan. Ik voel me zowel in sport als in alledaagse beweging een volwaardige deelnemer aan het leven.
 


Door Frank van Wijck

* Noot van de redactie:
Het is in zijn algemeenheid onjuist te stellen dat een heuprevisieoperatie maar éénmaal verricht kan worden. Het is zeker niet zo dat een patiënt na twee heupoperaties vervolgens een rolstoelpatiënt wordt.