Na vijf operaties nog steeds rugpijn

Na vijf operaties nog steeds rugpijn

De beperkingen van de medische wetenschap


Ondanks de vele therapieën en operaties die mogelijk zijn voor patiënten met rugklachten, komt bepaald niet elke patiënt geheel genezen uit de behandeling tevoorschijn. Dr. W. Ovaa (52) kan na vele operaties nog maar enkele uren per dag werken, hij kan niet meer sporten en van zijn grote hobby het opknappen van oldtimers is al helemaal geen sprake meer. Hij is “nog steeds redelijk vrolijk en levenslustig.” En gelukkig houdt hij van lezen.

Ovaa is anesthesist en werkte tot enkele jaren geleden in het Rode Kruis Ziekenhuis in Den Haag. In 1988 kreeg hij echter last van zijn rug: een hernia. Zijn werk is lichamelijk zwaar: hij zorgt ervoor dat patiënten tijdens operaties op de juiste wijze onder narcose gaan, en blijven. Veel tillen en het duwen van zware bedden hoorden bij zijn werk, wat er waarschijnlijk toe leidde dat hij een hernia kreeg. Begin 1989 werd hij geopereerd: de hernia werd verwijderd. “Ik dacht dat ik wel weer snel op de been zou zijn: even opereren en weer snel na een week of zes aan het werk”, vertelt Ovaa. Dat viel echter tegen, want een half jaar later lag hij weer op de operatietafel. Er was een nieuwe hernia ontstaan, die ook verwijderd moest worden.
Weer een half jaar later, het was inmiddels mei 1990, kreeg hij zijn derde hernia-operatie. In december van dat jaar werd uiteindelijk een aantal wervels laag in zijn rug vastgezet. Dat moest het steeds maar weer terugkeren van de hernia’s voorkomen. Elke operatie werd gevolgd door een revalidatieperiode van zes tot acht weken, waarin hij vooral veel moest rusten en zwemmen en fysiotherapie kreeg. Na zijn laatste operatie moest hij drie maanden een plastic corset dragen.
Met de hernia’s was het afgelopen, maar Ovaa was bepaald niet meer zo fit als voor zijn operaties. “Ik had nog last van mijn rug: met uitstralende pijn in mijn benen en veranderende sensaties in mijn benen.

Fulltime werken is er niet meer bij voor hem: hij zit nu deels in de WAO.
Ovaa verwisselde noodgedwongen zijn baan bij het ziekenhuis voor een deeltijdbetrekking bij een privé-kliniek voor esthetische chirurgie. “In het ziekenhuis had ik vaak twee patiënten tegelijk die ik onder narcose moest houden. Bovendien zijn de afstanden daar zeer groot: ik moet de patiënt onder narcose brengen in de inleidingkamer, dan moet ik hem met bed en al naar de operatiekamer duwen. Vervolgens breng ik de patiënt naar de uitslaapkamer. Dat zijn zware bedden die ik over lange afstanden moet duwen. Dat moet ik echt zelf doen, want ik moet die patiënt bewaken.”
In de privé-kliniek heeft hij één patiënt per keer en zijn de afstanden veel kleiner. Maar meer dan vijftien uur per week kan hij niet meer werken. “Als ik thuis kom, ben ik echt gebroken. Dan heb ik pijn in mijn rug en moet ik rusten. ”

Als klap op de vuurpijl kreeg Ovaa in januari 1996 een auto-ongeluk, waarbij hij een whiplash opliep. De whiplash leidde ertoe dat hij een nek-hernia kreeg, doordat er grote druk op zijn nek kwam te staan. Van werken was helemaal geen sprake meer.
Een operatie heeft hij geweigerd. “Ik heb er al veel gehad, maar ik was er ook bang voor. Het is een riskante operatie, waarbij iets mis kan gaan. Dat kan er toe leiden dat ik mijn armen of misschien wel meer niet meer kan bewegen.
“ Uiteindelijk is de pijn minder geworden met veel rust en fysiotherapie. De pijn slijt en je went er ook aan”, vertelt Ovaa, die nog steeds elke dag pijnstillers gebruikt. Hij loopt altijd met zijn hoofd voorover. Dat doet minder pijn. Autorijden kan hij nog wel, maar alleen in een wagen met stuurbekrachtiging en automatische versnelling. Sinds twee maanden is de pijn weer erger. “Ik krijg fysiotherapie, manuele therapie, bewegingstherapie. Het helpt niet echt, maar ik blijf het wel doen. Want je moet wel hoop houden. Maar ik ben hiermee wel duidelijk op de beperkingen van de medische wetenschap gestuit.


Uit: Beter in Beweging, oktober 1997

naar boven