Instabiele schouder

Dr. Herman H. de Boer, orthopedisch chirurg, presenteerde zijn 2-jaars resultaten op het in het jaar 2000 in Scheveningen gehouden Schoudercongres. Met de nieuwe techniek kunnen patiënten worden geholpen die last hebben van een instabiel schoudergewricht en pijn aan het schoudergewricht.

Schouderinstabiliteit wordt de laatste jaren meer en meer erkend als een volwaardig klinisch syndroom, dat niet enkel en alleen het gevolg is van traumatisch (door een ongeval veroorzaakte) of zich herhalende luxaties (ontwrichtingen), maar ook veroorzaakt kan worden door herhaaldelijke (repetitieve) overbelasting of hyperlaxiteit (overbeweeglijkheid).
De diagnose dient gesteld te worden afhankelijk van anamnese en lichamelijk onderzoek.
Radiodiagnostiek (röntgenfoto’s, CT en/of MRI) kan extra informatie bieden en de diagnose aannemelijk maken.

Er zijn grofweg drie groepen te onderscheiden, te weten
patiënten met zich herhalende ontwrichtingen,
patiënten met zich herhalende bijna-ontwrichtingen en
patiënten met pijn in de schouder, met name bij activiteiten boven het hoofd.

Drie groepen patiënten
Zich herhalende ontwrichting komt vaker bij mannen voor (75%) en meestal aan de dominante zijde (60%). Meestal betreft het patiënten jonger dan 30 jaar en 75% liep de eerste luxatie bij sportbeoefening op. Belangrijk is het onderscheid te maken tussen een door ongeval veroorzaakte ontwrichting (bijvoorbeeld een val) en een met andere oorzaak (zoals bijvoorbeeld bij zwemmen), aangezien bij het laatste sterk het vermoeden van hyper-beweeglijkheid van het schoudergewricht bestaat.
Zich herhalende bijna-ontwrichting is aanwezig bij patiënten die klagen over acute pijn met het gevoel alsof de schouder blokkeert of dreigt te luxeren. Er is echter nooit sprake van een daadwerkelijke luxatie geweest. Het wordt voornamelijk gezien bij sporters die repeterend geforceerde bewegingen moeten maken met de arm bij het naar buiten draaien en opzij heffen (werpsporten, rugby, judo etc.).

Bij schouderpijn zonder (bijna-) ontwrichting is bij lichamelijk onderzoek de voor de patiënt herkenbare pijn op te wekken middels het naar buiten draaien van de arm. Dit is de bekende pijn bij bovenhoofdse activiteiten en wordt veel gezien bij jonge topatleten in sporten als tennis, volleybal, handbal, gewichtheffen, zwemmen en honkbal.

In het Atrium Medisch Centrum in Heerlen werd enkele jaren de techniek gebruikt, waarbij het kapsel van het schoudergewricht tijdens een kijkoperatie wordt verschrompeld. Gebruik wordt gemaakt van een thermische lans, die radiofrequente hittegolven uitzendt, waardoor het weefsel van het kapsel samentrekt en daardoor strakker wordt. Hiermee kunnen patiënten worden geholpen die last hebben van een instabiel schoudergewricht en pijn aan het schoudergewricht.
Inmiddels zijn twintig patiënten op deze manier met succes behandeld.
Tijdens het Europese Schoudercongres in Scheveningen heeft dr. Herman H. de Boer deze resultaten gepresenteerd.
De techniek borduurt, aldus de orthopeed, voort op een methode die 300 jaar voor Christus door Hippocrates werd beschreven. Daarbij werd het kapsel van mensen met een instabiele schouder gesist (geschrompeld) met een hete speer.

Als fysiotherapie niet helpt
Dr. de Boer: "De methode wordt door ons toegepast, wanneer de schouder te gemakkelijk beweegt, omdat het kapsel (zeg maar het jasje) te ruim is geworden.
Voor alle duidelijkheid: niet iedereen komt in aanmerking voor deze ingreep.
De behandeling wordt uitsluitend toegepast bij patiënten waarbij fysiotherapie niet tot succes leidt en evenmin komen patiënten in aanmerking waarbij meer aan de hand is dan een te wijd "jasje", bij hen zal een grotere, klassieke operatie moeten plaatsvinden, waarbij de schouder wordt blootgesteld."


*Noot van de redactie:
"dr. de Boer is niet meer werkzaam in het Atrium Medisch Centrum."

Uit: Beter in Beweging, juli 2000