Knie
Halve of enkelzijdige knieprothese
Het kniegewricht
De knie is een gewricht tussen het dijbeen (femur) en het scheenbeen (tibia). In de spierpees aan de voorkant van het kniegewricht zit de knieschijf (patella), die met het dijbeen scharniert.
Omdat deze twee gewrichten, knie en knieschijf dus, binnen één gewrichtkapsel liggen, wordt het functioneel als één gewricht gezien. Het oppervlak van beide gewrichten is bekleed met kraakbeen. Gezond kraakbeen is glad en verend, waardoor een gewricht soepel kan bewegen.
Artrose van de knie is een veel voorkomende aandoening bij oudere mensen.
Bij het ouder worden vermindert de kwaliteit van het kraakbeen en ontstaat de kans op artrose.
Artrose is een aandoening van een gewricht, waarbij het gladde gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruit gaat (ruw wordt) en op den duur zelfs geheel kan verdwijnen. Artrose tast vaak slechts een deel van de knie aan, meestal het binnendeel.
Ook op jongere leeftijd kan artrose ontstaan, bijvoorbeeld door overbelasting, standafwijkingen van het kniegewricht of indirect ten gevolge van een ongeval. Daarbij kan zich ook het bekende X-been of O-been manifesteren. Artrose doet pijn. De pijn van de knie treedt meestal op bij lang(er) staan of (trap)lopen en verdwijnt in de beginfase nog in rust. Ook slapen en opstarten in de ochtend kan pijnlijk zijn. In de regel levert fietsen veel minder klachten op.
De klachten zullen toenemen als de mate artrose zich uitbreidt.
Meestal wordt niet meteen geopereerd maar wordt artrose eerst met medicijnen, een kniebrace en fysiotherapie bestreden. Als dat niet (meer) helpt, kan een operatie overwogen worden.
We behandelen hieronder de mogelijke operaties bij een enkelzijdige artrose, d.w.z. een artrose aan de binnen- of buitenkant van de knie.
Het gaat om een enkelzijdige knieprothese, een correctieosteotomie of een totale knieprothese.
De enkelzijdige knieprothese: de uni-knie
Op de polikliniek kan de orthopeed door middel van lichamelijk onderzoek van uw knie en foto’s (en nog eventueel een aanvullende kijkoperatie) vaststellen of er sprake is van een enkelzijdige knieartrose. Van belang is ook de zgn. asstand van de benen, die door aanvullende foto's kan worden vastgesteld.
De eerste enkelzijdige knieprothesen werden in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw geplaatst. Met de verdere ontwikkeling van de prothese werd eind jaren tachtig de prothese erg populair door de goede resultaten.
Tijdens de operatie wordt het versleten gewrichtsoppervlak verwijderd en vervangen door metalen- en plastic (polyethyleen) prothesedelen. Deze prothesedelen worden bevestigd met botcement. De knie hoeft niet in zijn geheel te worden vervangen, het gaat alleen om de door de artrose aangedane gewrichtsoppervlakken. Daarbij gaat het om de volgende mogelijkheden:
- Bij O-benen kan de binnenkant 'versleten' zijn: dan wordt een enkelzijdige knieprothese aan de
binnenzijde geplaatst
- Bij X-benen kan de buitenkant 'versleten' zijn: dan wordt de prothese aan de buitenzijde geplaatst
(hierbij de kanttekening dat niet alle enkelzijdige knieprothesen geschikt zijn om aan de buitenzijde geplaatst te worden)
De oorspronkelijke, niet aangedane gewrichtsoppervlakken, respectievelijk aan de buiten- en binnenzijde, blijven behouden. Voorwaarde voor een goed effect van de operatie is o.a. dat de rest van de knie (ook de kniebanden) intact is, dat de beweeglijkheid nog redelijk is en dat het aangedane been niet een extreme O-beenstand of X-beenstand heeft.
Een relatief nieuwe ontwikkeling bij deze prothese is de operatietechniek. Het is nu mogelijk om de prothese via een veel kleinere operatiewond te plaatsen. Men spreekt dan van een “mini-open operatietechniek”. In vergelijking met de klassieke benadering bij een totaleknieprothese zorgt de mini-open operatietechniek bij een enkelzijdige knieprothese ervoor dat:
- u minder pijn heeft na de operatie
- de algehele revalidatie snel verloopt, namelijk in gemiddeld 6 weken
- herstel van de functie van de knie snel en gemakkelijk kan zijn
- de opnameduur in het ziekenhuis kort is (3 dagen)
U zult merken dat u na de operatie snel met twee elleboogkrukken gaat lopen, soms al na 1 dag.
Bij alle gewrichtsvervangende operaties kunnen complicaties optreden. Ook bij dit type prothese is er een kans op o.a. infecties, loslating en slijtage van de prothese. Bij de enkelzijdige knieprothese met een losse kunstmeniscus kan deze van zijn plek raken. Gelukkig zijn deze complicaties zeldzaam.
Een enkelzijdige knieprothese gaat bij de meeste mensen minstens 10-15 jaar mee. Leeftijd, gewicht, 'gebruik' en vele andere factoren hebben invloed op de uiterste houdbaarheidsdatum van uw prothese.
De enkelzijdige prothese in het kniegewricht, links: vooraanzicht, rechts: zijaanzicht
De correctieosteotomie en de totale knieprothese
Als de benen niet helemaal goed meer staan kan de belasting van de knie verkeerd verdeeld zijn. De belastingas moet dan gecorrigeerd worden. Dat kan via een botoperatie door het dijbeenbot (femur) of het scheenbeen (tibia) door te zagen en van stand te veranderen: de correctieosteotomie. Hierdoor verandert de belasting in het kniegewricht. Bij deze operatie blijft het afwijkende gewricht dus bestaan, maar de pijn vermindert door verandering van de belasting. Door de ‘as’ van het been iets te veranderen verschuift het gewicht iets van het slechte deel van de knie naar het goede deel. Daarbij kan een belast O-been dus wel eens enigszins veranderen in een X-been.
Tenslotte is er nog de totale knieprothese, waarmee het gehele gewrichtsoppervlak vervangen wordt. Ook deze prothese heeft een beperkte levensduur, omdat de plastic glijlaag die deel uitmaakt van het nieuwe gewricht slijt ten opzichte van het metalen prothesedeel. Bovendien kan de prothese-bot-verbinding op den duur loslaten. Een knieprothese gaat bij de meeste mensen die ouder zijn dan 65 jaar minstens 15-20 jaar mee. Bij 10 a 20% blijkt het korter te zijn. Bij jongere ‘gezonde’ mensen gaat de prothese veel minder lang mee: minder dan de helft van de tijd. Een keiharde houdbaarheidsdatum is niet te geven.
De enkelzijdige knieprothese in vergelijking met een correctieosteotomie of een totale knieprothese
Bij de enkelzijdige knieprothese kan de kans op complicaties minder groot zijn dan bij een correctieosteotomie. Ook kan de knie sneller herstellen en uiteindelijk beter functioneren bij een enkelzijdige knieprothese.
Voor wie relatief jong is en zijn knie veel gebruikt is het plaatsen van een enkelzijdige knieprothese wat riskanter. Eerst een correctieosteotomie, om de knieprothese nog wat uit te stellen, kan dan de oplossing zijn.
De algemene langetermijnresultaten van bijna alle enkelzijdige knieprothesen zijn vergelijkbaar met die van de totale knieprothese. De enkelzijdige knieprothese doet het beter qua herstel en pijn. In tegenstelling tot een totale knieprothese worden bij een enkelzijdige knieprothese de kruisbanden gespaard, waardoor het buigen en strekken van de knie weer bijna als vanouds wordt. Als de enkelzijdige knieprothese later vervangen zou moeten worden door een totale knieprothese, heeft dat meestal geen invloed op de uiteindelijke resultaten van de totale knieprothese.
Uit: Beter in Beweging, 2003
De knie is een gewricht tussen het dijbeen (femur) en het scheenbeen (tibia). In de spierpees aan de voorkant van het kniegewricht zit de knieschijf (patella), die met het dijbeen scharniert.
Omdat deze twee gewrichten, knie en knieschijf dus, binnen één gewrichtkapsel liggen, wordt het functioneel als één gewricht gezien. Het oppervlak van beide gewrichten is bekleed met kraakbeen. Gezond kraakbeen is glad en verend, waardoor een gewricht soepel kan bewegen.
Artrose van de knie is een veel voorkomende aandoening bij oudere mensen.
Bij het ouder worden vermindert de kwaliteit van het kraakbeen en ontstaat de kans op artrose.
Artrose is een aandoening van een gewricht, waarbij het gladde gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruit gaat (ruw wordt) en op den duur zelfs geheel kan verdwijnen. Artrose tast vaak slechts een deel van de knie aan, meestal het binnendeel.
Ook op jongere leeftijd kan artrose ontstaan, bijvoorbeeld door overbelasting, standafwijkingen van het kniegewricht of indirect ten gevolge van een ongeval. Daarbij kan zich ook het bekende X-been of O-been manifesteren. Artrose doet pijn. De pijn van de knie treedt meestal op bij lang(er) staan of (trap)lopen en verdwijnt in de beginfase nog in rust. Ook slapen en opstarten in de ochtend kan pijnlijk zijn. In de regel levert fietsen veel minder klachten op.
De klachten zullen toenemen als de mate artrose zich uitbreidt.
Meestal wordt niet meteen geopereerd maar wordt artrose eerst met medicijnen, een kniebrace en fysiotherapie bestreden. Als dat niet (meer) helpt, kan een operatie overwogen worden.
We behandelen hieronder de mogelijke operaties bij een enkelzijdige artrose, d.w.z. een artrose aan de binnen- of buitenkant van de knie.
Het gaat om een enkelzijdige knieprothese, een correctieosteotomie of een totale knieprothese.
De enkelzijdige knieprothese: de uni-knie
Op de polikliniek kan de orthopeed door middel van lichamelijk onderzoek van uw knie en foto’s (en nog eventueel een aanvullende kijkoperatie) vaststellen of er sprake is van een enkelzijdige knieartrose. Van belang is ook de zgn. asstand van de benen, die door aanvullende foto's kan worden vastgesteld.
De eerste enkelzijdige knieprothesen werden in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw geplaatst. Met de verdere ontwikkeling van de prothese werd eind jaren tachtig de prothese erg populair door de goede resultaten.
De enkelzijdige knieprothese is een prothese die alleen bij artrose aan de binnen- of aan de buitenkant van de knie geplaatst wordt. Hij wordt ook wel de unicompartimentele knieprothese of de uni-knie genoemd. Ook de aanduiding halve-, of hemiknieprothese komt voor.
Tijdens de operatie wordt het versleten gewrichtsoppervlak verwijderd en vervangen door metalen- en plastic (polyethyleen) prothesedelen. Deze prothesedelen worden bevestigd met botcement. De knie hoeft niet in zijn geheel te worden vervangen, het gaat alleen om de door de artrose aangedane gewrichtsoppervlakken. Daarbij gaat het om de volgende mogelijkheden:
- Bij O-benen kan de binnenkant 'versleten' zijn: dan wordt een enkelzijdige knieprothese aan de
binnenzijde geplaatst
- Bij X-benen kan de buitenkant 'versleten' zijn: dan wordt de prothese aan de buitenzijde geplaatst
(hierbij de kanttekening dat niet alle enkelzijdige knieprothesen geschikt zijn om aan de buitenzijde geplaatst te worden)
De oorspronkelijke, niet aangedane gewrichtsoppervlakken, respectievelijk aan de buiten- en binnenzijde, blijven behouden. Voorwaarde voor een goed effect van de operatie is o.a. dat de rest van de knie (ook de kniebanden) intact is, dat de beweeglijkheid nog redelijk is en dat het aangedane been niet een extreme O-beenstand of X-beenstand heeft.
Een relatief nieuwe ontwikkeling bij deze prothese is de operatietechniek. Het is nu mogelijk om de prothese via een veel kleinere operatiewond te plaatsen. Men spreekt dan van een “mini-open operatietechniek”. In vergelijking met de klassieke benadering bij een totaleknieprothese zorgt de mini-open operatietechniek bij een enkelzijdige knieprothese ervoor dat:
- u minder pijn heeft na de operatie
- de algehele revalidatie snel verloopt, namelijk in gemiddeld 6 weken
- herstel van de functie van de knie snel en gemakkelijk kan zijn
- de opnameduur in het ziekenhuis kort is (3 dagen)
U zult merken dat u na de operatie snel met twee elleboogkrukken gaat lopen, soms al na 1 dag.
Bij alle gewrichtsvervangende operaties kunnen complicaties optreden. Ook bij dit type prothese is er een kans op o.a. infecties, loslating en slijtage van de prothese. Bij de enkelzijdige knieprothese met een losse kunstmeniscus kan deze van zijn plek raken. Gelukkig zijn deze complicaties zeldzaam.
Een enkelzijdige knieprothese gaat bij de meeste mensen minstens 10-15 jaar mee. Leeftijd, gewicht, 'gebruik' en vele andere factoren hebben invloed op de uiterste houdbaarheidsdatum van uw prothese.
De enkelzijdige prothese in het kniegewricht, links: vooraanzicht, rechts: zijaanzicht
![]() |
![]() |
Als de benen niet helemaal goed meer staan kan de belasting van de knie verkeerd verdeeld zijn. De belastingas moet dan gecorrigeerd worden. Dat kan via een botoperatie door het dijbeenbot (femur) of het scheenbeen (tibia) door te zagen en van stand te veranderen: de correctieosteotomie. Hierdoor verandert de belasting in het kniegewricht. Bij deze operatie blijft het afwijkende gewricht dus bestaan, maar de pijn vermindert door verandering van de belasting. Door de ‘as’ van het been iets te veranderen verschuift het gewicht iets van het slechte deel van de knie naar het goede deel. Daarbij kan een belast O-been dus wel eens enigszins veranderen in een X-been.
Tenslotte is er nog de totale knieprothese, waarmee het gehele gewrichtsoppervlak vervangen wordt. Ook deze prothese heeft een beperkte levensduur, omdat de plastic glijlaag die deel uitmaakt van het nieuwe gewricht slijt ten opzichte van het metalen prothesedeel. Bovendien kan de prothese-bot-verbinding op den duur loslaten. Een knieprothese gaat bij de meeste mensen die ouder zijn dan 65 jaar minstens 15-20 jaar mee. Bij 10 a 20% blijkt het korter te zijn. Bij jongere ‘gezonde’ mensen gaat de prothese veel minder lang mee: minder dan de helft van de tijd. Een keiharde houdbaarheidsdatum is niet te geven.
De enkelzijdige knieprothese in vergelijking met een correctieosteotomie of een totale knieprothese
Bij de enkelzijdige knieprothese kan de kans op complicaties minder groot zijn dan bij een correctieosteotomie. Ook kan de knie sneller herstellen en uiteindelijk beter functioneren bij een enkelzijdige knieprothese.
Voor wie relatief jong is en zijn knie veel gebruikt is het plaatsen van een enkelzijdige knieprothese wat riskanter. Eerst een correctieosteotomie, om de knieprothese nog wat uit te stellen, kan dan de oplossing zijn.
De algemene langetermijnresultaten van bijna alle enkelzijdige knieprothesen zijn vergelijkbaar met die van de totale knieprothese. De enkelzijdige knieprothese doet het beter qua herstel en pijn. In tegenstelling tot een totale knieprothese worden bij een enkelzijdige knieprothese de kruisbanden gespaard, waardoor het buigen en strekken van de knie weer bijna als vanouds wordt. Als de enkelzijdige knieprothese later vervangen zou moeten worden door een totale knieprothese, heeft dat meestal geen invloed op de uiteindelijke resultaten van de totale knieprothese.
drs. N.P. Kort, orthopedisch chirurg
Uit: Beter in Beweging, 2003



