Artrose-Kraakbeen
Kraakbeen is als een spons
Gewrichten danken hun functioneren in hoge mate aan kraakbeen, een weefsel dat als een soort smeerolie de bewegingen soepel laat verlopen. De meeste mensen zullen er nauwelijks bij stilstaan zolang dat inderdaad het geval is. Maar de afbraak van kraakbeen kan de oorzaak zijn van problemen die voor velen herkenbaar zijn.
Dr. S. Bulstra, ortopedisch chirurg, geeft in het onderstaande nadere uitleg over de functie van kraakbeen. Bovendien gaat hij in op de vraag hoe de klachten kunnen ontstaan en wat er aan gedaan kan worden.
Kraakbeen is een stevig maar toch elastisch weefsel dat op verschillende plaatsen in ons lichaam voorkomt, zoals in het strottenhoofd, in de oren en als bedekking van het bot in onze gewrichten. Niet op alle plaatsen in ons lichaam is het kraakbeen gelijk van samenstelling. Zo kun je een oor gemakkelijk dubbelvouwen: daar is het kraakbeen heel elastisch, terwijl het kraakbeen in een gewricht veel steviger is.
Het gewrichtskraakbeen wordt ook wel hyalien kraakbeen genoemd omdat het helder wit, haast doorschijnend en zeer glad is. Het bedekt de botten in een gewricht en zorgt ervoor dat de beweging van een gewricht soepel verloopt. Toch kan het af en toe wel wat kraken, zoals de naam al doet vermoeden.
Gewrichtskraakbeen bevat geen bloedvaten en zenuwen en het is door een heel dichte laag van het onderliggende bot gescheiden. Hierdoor is het kraakbeen ongevoelig voor pijn. Maar als het eenmaal beschadigd is, kan het niet meer goed herstellen. In het gewrichtskraakbeen zitten kraakbeencellen en kraakbeentussenstof. Die liggen in een net van elastische vezels. De tussenstof houdt zo veel mogelijk water vast, zodat je kraakbeen kunt vergelijken met een spons vol water. Door het bewegen en belasten van het gewricht wordt de spons een beetje uitgeknepen. Wanneer de belasting even wat minder is, zuigt de ‘spons’ zich weer vol met vloeistof uit de gewrichtsholte. Daardoor krijgt het kraakbeen meteen de nodige voedingsmiddelen binnen. Soms kan dit proces gepaard gaan met wat krakende geluiden. Het kraken van een gewricht betekent derhalve lang niet altijd dat het gewricht aan het verslijten is. Het kan dan zelfs allemaal nog prima in orde zijn.
Ouder worden
Wat gebeurt er nu als we ouder worden en steeds minder soepel?
Met het klimmen der jaren worden niet alleen onze spieren wat stijver, maar dat geldt ook voor ons gewrichtskraakbeen. Het kraakbeen is verder nog helemaal intact. Maar omdat het wat stijver is kan het niet zo veel druk meer verdragen als vroeger toen we jong waren. Als we de belasting wat aanpassen - bijvoorbeeld door iets minder ver en hard te lopen dan vroeger en door ervoor te zorgen dat we niet te zwaar worden - blijft ons kraakbeen goed functioneren. En dus ook het hele gewricht.
Met andere woorden: ouder worden is iets heel anders dan arthrose krijgen. Bij arthrose is er namelijk sprake van een abnormale afbraak van het kraakbeen, waarbij in eerste instantie het oppervlak beschadigd raakt en minder glad is.
Soms is het duidelijk wat de oorzaak is. Dan is er bijvoorbeeld een letsel van het gewricht geweest, waarbij het kraakbeen of de meniscus is beschadigd. Het kan ook zijn dat er in het gewricht een ontsteking is geweest, zoals bijvoorbeeld bij reuma. Daardoor wordt het kraakbeen als het ware opgelost. Omdat de gewrichtsdelen dan niet meer goed passend over elkaar glijden, ontstaat er abnormale slijtage ofwel arthrose. Heel vaak weten we niet precies waarom er arthose in één of meer gewrichten is ontstaan. Als er sprake is van arthrose ontstaan daardoor gelukkig lang niet altijd pijnklachten. Het kraakbeen zelf bevat immers geen zenuwen en is dus ongevoelig voor pijn. De pijn bij arthrose kan komen uit het gewrichtsvlies of uit het bot onder het kraakbeen, die beide heel veel gevoelszenuwen bevatten.
Losse stukjes
Het gewrichtsvlies kan ontstoken raken, omdat er veel losse stukjes kraakbeen in de gewrichtsvloeistof terecht komen. Het vlies zwelt dan en gaat vocht produceren: er ontstaat een dikke knie. Dit treedt vooral op als iemand met arthrose zich heeft verstapt of de knie een beetje heeft verdraaid.
Door de ontsteking te bestrijden met een ontstekingsremmer in de vorm van een capsule of een prik in het gewricht, kan de pijn weer een hele tijd wegblijven. Als de arthrose snel ontstaat en het kraakbeen dus snel verdwijnt, dan is dit meestal heel pijnlijk. Dat kan het geval zijn bij een patiënt met reuma en er zit dan meestal niets anders op dan het zieke gewricht te vervangen door een kunstgewricht. Daardoor verdwijnt de pijn.
Als de arthrose langzamer ontstaat en het kraakbeen dus langzaam verdwijnt, hoeft dit geen pijn te veroorzaken. Het bot onder het kraakbeen verhardt dan. Het past zich als het ware aan de nieuwe situatie aan. Hierdoor geven de in het bot gelegen zenuwen niet zo snel meer pijnsignalen af.
Overigens kunnen we kraakbeen zelf niet zien op de gewone röntgenfoto, maar wel de veranderingen in het bot rond het gewricht. Ook kunnen we de dikte van het kraakbeen inschatten.
Zo weten we dat bij tachtig procent van de mensen boven de 55 jaar arthrose op de röntgenfoto te zien is. Gelukkig heeft minder dan één op de vier van deze mensen er ook last van. Veel mensen met arthrose komen daarvoor zelfs nooit bij een dokter.
Belasting verminderen
Is er wat te doen aan arthrose?
Het proces dat de abnormale afbraak van het kraakbeen veroorzaakt kunnen we jammer genoeg niet beïnvloeden. Bovendien herstelt kraakbeen slecht wanneer het eenmaal beschadigd is.
Het helpt echter wel als een patiënt met pijnklachten door arthrose de belasting van het gewricht vermindert. Dan schrijdt de arthrose niet alleen minder snel voort, maar zullen ook de klachten van de patiënt in ernst afnemen. Tegelijkertijd helpt het ook wanneer de spieren rondom het gewricht in zo goed mogelijke conditie worden gehouden. Oefenen dus!
Soms kan het zinvol zijn om het gewricht te spoelen en alle losse stukjes te verwijderen, waardoor het gewrichtvlies minder ontstoken raakt. Ook het verwijderen van grotere losse stukken kraakbeen of het schoonmaken van de knie kan heel goed helpen.
Als het arthroseproces te ver is voortgeschreden moet er een kunstgewricht worden geplaatst, maar natuurlijk proberen we zo lang mogelijk het eigen gewricht te behouden.
Veel onderzoek
Kunnen we arthrose ook voorkomen?
Zoals al aangegeven weten we meestal niet waarom arthrose is ontstaan.
Als er sprake is van een acute kraakbeenbeschadiging, bijvoorbeeld bij het sporten, dan moeten we proberen het afgebroken kraakbeen terug te plaatsen. Uit zichzelf kan het kraakbeen het ontstane gat namelijk niet repareren.
Soms is het afgebroken kraakbeen zo kapot dat het niet kan worden teruggeplaatst. Er zijn dan toch nog mogelijkheden om het beschadigde kraakbeen te herstellen en daarmee een gladder glijoppervlak terug te krijgen. Jammer genoeg blijken de pijnklachten na een dergelijke operatie slechts bij ongeveer vijftig procent van de patiënten duidelijk te verminderen. Bovendien ontstaat na dergelijke operaties zeer zelden het mooie gewrichtskraakbeen, maar veeleer een soort litteken-kraakbeen dat niet zo sterk is en dus ook niet zo lang meegaat.
Er is dus nog heel veel onderzoek nodig om mensen met arthrose van hun pijnklachten af te helpen, om uit te vinden hoe arthrose ontstaat en om uit te vinden hoe we het kunnen voorkomen.
Prof. dr. S.K. Bulstra, orthopedisch chirurg
Uit: Beter in Beweging, november 1995
Dr. S. Bulstra, ortopedisch chirurg, geeft in het onderstaande nadere uitleg over de functie van kraakbeen. Bovendien gaat hij in op de vraag hoe de klachten kunnen ontstaan en wat er aan gedaan kan worden.
Kraakbeen is een stevig maar toch elastisch weefsel dat op verschillende plaatsen in ons lichaam voorkomt, zoals in het strottenhoofd, in de oren en als bedekking van het bot in onze gewrichten. Niet op alle plaatsen in ons lichaam is het kraakbeen gelijk van samenstelling. Zo kun je een oor gemakkelijk dubbelvouwen: daar is het kraakbeen heel elastisch, terwijl het kraakbeen in een gewricht veel steviger is.
Het gewrichtskraakbeen wordt ook wel hyalien kraakbeen genoemd omdat het helder wit, haast doorschijnend en zeer glad is. Het bedekt de botten in een gewricht en zorgt ervoor dat de beweging van een gewricht soepel verloopt. Toch kan het af en toe wel wat kraken, zoals de naam al doet vermoeden.
Gewrichtskraakbeen bevat geen bloedvaten en zenuwen en het is door een heel dichte laag van het onderliggende bot gescheiden. Hierdoor is het kraakbeen ongevoelig voor pijn. Maar als het eenmaal beschadigd is, kan het niet meer goed herstellen. In het gewrichtskraakbeen zitten kraakbeencellen en kraakbeentussenstof. Die liggen in een net van elastische vezels. De tussenstof houdt zo veel mogelijk water vast, zodat je kraakbeen kunt vergelijken met een spons vol water. Door het bewegen en belasten van het gewricht wordt de spons een beetje uitgeknepen. Wanneer de belasting even wat minder is, zuigt de ‘spons’ zich weer vol met vloeistof uit de gewrichtsholte. Daardoor krijgt het kraakbeen meteen de nodige voedingsmiddelen binnen. Soms kan dit proces gepaard gaan met wat krakende geluiden. Het kraken van een gewricht betekent derhalve lang niet altijd dat het gewricht aan het verslijten is. Het kan dan zelfs allemaal nog prima in orde zijn.
Ouder worden
Wat gebeurt er nu als we ouder worden en steeds minder soepel?
Met het klimmen der jaren worden niet alleen onze spieren wat stijver, maar dat geldt ook voor ons gewrichtskraakbeen. Het kraakbeen is verder nog helemaal intact. Maar omdat het wat stijver is kan het niet zo veel druk meer verdragen als vroeger toen we jong waren. Als we de belasting wat aanpassen - bijvoorbeeld door iets minder ver en hard te lopen dan vroeger en door ervoor te zorgen dat we niet te zwaar worden - blijft ons kraakbeen goed functioneren. En dus ook het hele gewricht.
Met andere woorden: ouder worden is iets heel anders dan arthrose krijgen. Bij arthrose is er namelijk sprake van een abnormale afbraak van het kraakbeen, waarbij in eerste instantie het oppervlak beschadigd raakt en minder glad is.
![]() |
![]() |
Soms is het duidelijk wat de oorzaak is. Dan is er bijvoorbeeld een letsel van het gewricht geweest, waarbij het kraakbeen of de meniscus is beschadigd. Het kan ook zijn dat er in het gewricht een ontsteking is geweest, zoals bijvoorbeeld bij reuma. Daardoor wordt het kraakbeen als het ware opgelost. Omdat de gewrichtsdelen dan niet meer goed passend over elkaar glijden, ontstaat er abnormale slijtage ofwel arthrose. Heel vaak weten we niet precies waarom er arthose in één of meer gewrichten is ontstaan. Als er sprake is van arthrose ontstaan daardoor gelukkig lang niet altijd pijnklachten. Het kraakbeen zelf bevat immers geen zenuwen en is dus ongevoelig voor pijn. De pijn bij arthrose kan komen uit het gewrichtsvlies of uit het bot onder het kraakbeen, die beide heel veel gevoelszenuwen bevatten.
Losse stukjes
Het gewrichtsvlies kan ontstoken raken, omdat er veel losse stukjes kraakbeen in de gewrichtsvloeistof terecht komen. Het vlies zwelt dan en gaat vocht produceren: er ontstaat een dikke knie. Dit treedt vooral op als iemand met arthrose zich heeft verstapt of de knie een beetje heeft verdraaid.
Door de ontsteking te bestrijden met een ontstekingsremmer in de vorm van een capsule of een prik in het gewricht, kan de pijn weer een hele tijd wegblijven. Als de arthrose snel ontstaat en het kraakbeen dus snel verdwijnt, dan is dit meestal heel pijnlijk. Dat kan het geval zijn bij een patiënt met reuma en er zit dan meestal niets anders op dan het zieke gewricht te vervangen door een kunstgewricht. Daardoor verdwijnt de pijn.
Als de arthrose langzamer ontstaat en het kraakbeen dus langzaam verdwijnt, hoeft dit geen pijn te veroorzaken. Het bot onder het kraakbeen verhardt dan. Het past zich als het ware aan de nieuwe situatie aan. Hierdoor geven de in het bot gelegen zenuwen niet zo snel meer pijnsignalen af.
Overigens kunnen we kraakbeen zelf niet zien op de gewone röntgenfoto, maar wel de veranderingen in het bot rond het gewricht. Ook kunnen we de dikte van het kraakbeen inschatten.
Zo weten we dat bij tachtig procent van de mensen boven de 55 jaar arthrose op de röntgenfoto te zien is. Gelukkig heeft minder dan één op de vier van deze mensen er ook last van. Veel mensen met arthrose komen daarvoor zelfs nooit bij een dokter.
Is er wat te doen aan arthrose?
Het proces dat de abnormale afbraak van het kraakbeen veroorzaakt kunnen we jammer genoeg niet beïnvloeden. Bovendien herstelt kraakbeen slecht wanneer het eenmaal beschadigd is.
Het helpt echter wel als een patiënt met pijnklachten door arthrose de belasting van het gewricht vermindert. Dan schrijdt de arthrose niet alleen minder snel voort, maar zullen ook de klachten van de patiënt in ernst afnemen. Tegelijkertijd helpt het ook wanneer de spieren rondom het gewricht in zo goed mogelijke conditie worden gehouden. Oefenen dus!
Soms kan het zinvol zijn om het gewricht te spoelen en alle losse stukjes te verwijderen, waardoor het gewrichtvlies minder ontstoken raakt. Ook het verwijderen van grotere losse stukken kraakbeen of het schoonmaken van de knie kan heel goed helpen.
Als het arthroseproces te ver is voortgeschreden moet er een kunstgewricht worden geplaatst, maar natuurlijk proberen we zo lang mogelijk het eigen gewricht te behouden.
Kunnen we arthrose ook voorkomen?
Zoals al aangegeven weten we meestal niet waarom arthrose is ontstaan.
Als er sprake is van een acute kraakbeenbeschadiging, bijvoorbeeld bij het sporten, dan moeten we proberen het afgebroken kraakbeen terug te plaatsen. Uit zichzelf kan het kraakbeen het ontstane gat namelijk niet repareren.
Soms is het afgebroken kraakbeen zo kapot dat het niet kan worden teruggeplaatst. Er zijn dan toch nog mogelijkheden om het beschadigde kraakbeen te herstellen en daarmee een gladder glijoppervlak terug te krijgen. Jammer genoeg blijken de pijnklachten na een dergelijke operatie slechts bij ongeveer vijftig procent van de patiënten duidelijk te verminderen. Bovendien ontstaat na dergelijke operaties zeer zelden het mooie gewrichtskraakbeen, maar veeleer een soort litteken-kraakbeen dat niet zo sterk is en dus ook niet zo lang meegaat.
Er is dus nog heel veel onderzoek nodig om mensen met arthrose van hun pijnklachten af te helpen, om uit te vinden hoe arthrose ontstaat en om uit te vinden hoe we het kunnen voorkomen.
Prof. dr. S.K. Bulstra, orthopedisch chirurg



